Blauw parkeren

Dan rij je de parkeerplaats van de plaatselijke supermarkt op, laagstaande zon, plekje vrij vlakbij de ingang. Hebbes, knipperlicht uit – of aan – zeg het maar, blijft verwarrend, maar daarom is het een knipperlicht …In ieder geval dit parkeerplekje heeft een lantaarnpaal aan het eind, geen probleem ik ken de enigszins grote neus van m’n autootje … Zit er een jongen in de auto die aan de andere kant van de paal geparkeerd staat en die flipt; drukt op de claxon, gebaart met handen en hoofd alsof er iets faliekant mis is. Ik schrik, schiet in mijn “Cleopatra-modus”; twee handen omhoog op 90 graden naast mijn oren. Ik stap uit, hij lacht, doet het raampje open en zegt “strak geparkeerd mevrouw”. Ik bedank hem met een glimlach en kijk trots naar de amper 2 centimeter die bumper en lichtpaal scheiden. Fuck, dat was wel erg krap, denk ik terwijl ik heel zelfverzekerd een wagentje loswrik uit de plastic karretjes trein. Enfin, ik werk m’n boodschappenlijstje af, sta bij de kassa met best veel boodschappen. Drie keer raden wie er achter mij aansluit…. Tuurlijk “parkeer jongen”, en hij heeft alleen een blikje cola om af te rekenen. Ik ben de lulligste niet, dus ik zeg “je mag wel even voor mij”, waarop hij met een uitgestreken gezicht antwoordt: “Nou, dan ben ik er snel vandoor want vrouwen en parkeren, ik weet het niet…” Eenmaal terug bij mijn auto, zie ik “cola boy” heftig in discussie met een parkeerfunctionaris; hij heeft vergeten zijn blauwe parkeerschijf te plaatsen! Tralalala, en dat is wat wij vrouwen doen knul; (te) strak parkeren maar toch gefocust blijven…

Nambia

Naast “fake news” heeft Donald Trump nu ook een “fake country” geïntroduceerd; Nambia! Toen ik in de vierde klas van de lagere school tijdens een proefwerk invulde dat een inwoner van Italië een Italiër was, kreeg ik genadeloos op m’n donder… Ik had gewoon een nieuwe bevolkingsgroep uitgevonden, maar een nieuw land, nee dat kwam niet in me op. Vraag is nu of meneer Trump Gambia of Namibië bedoelde. Gelukkig – voor mij dan – heet een inwoner van Namibië gewoon een Namibiër, dus daar ga ik in ieder geval niet de mist in. En ja inwoners van Gambia zijn Gambianen, niet te verwarren met Indianen, beste Donald, want dan komt het iets te dicht bij huis. Nog maar te zwijgen over de hoofdstad van Namibië; Windhoek… Ik voel een spraakverwarrende “Stormcorner” aankomen. Voor het geval het uiteindelijk toch over Gambia blijkt te gaan, meneer de president, de hoofdstad van dat land is Banjul. En – in het kader van uw economische reflecties over het Afrikaanse continent – waag het eens om daar “Ban Y’all” van te maken! Misschien toch een puntje van zorg dat één van ’s werelds machtigste leiders lijdt aan een soort van topografische depressie. Het is te hopen dat die zich niet verder ontwikkelt naar een categorie 3,4 of 5, alhoewel een flinke, frisse wind door het Witte Huis volgens mij geen kwaad kan! Dat moest ik even kwijt, meneer de president, slaap zacht.

Traan in de oceaan

Het volgen van “orkaan-nieuws” doet een frisse wind waaien door mijn topografische kennis. Er zijn eilanden in de Caribische Zee waarvan ik nog nooit gehoord had, en de tegenstelling is groot; Necker Island, privé eigendom van Richard Branson bijvoorbeeld. Maar die had gelukkig een betonnen wijnkelder waar hij de desastreuse orkaan Irma – onder het genot van een “goed glas” – kon doorstaan. Wederopbouw zal voor hem niet zo’n probleem zijn. Maar dan is er Barbuda; de naam alleen al doet me denken aan een piratenvesting uit vervlogen tijden; Bar-boe-da, al is dat een geromantiseerde gedachte want eens was het een slavenkolonie … Een stipje in die immense watermassa; een oppervlakte van 160 km2, iets kleiner dan ons eigen Schiermonnikoog en ooit ontdekt door Columbus himself in 1493.

Een hechte gemeenschap van zo’n 1800 inwoners die nu alles kwijt zijn; 95% van het eiland is weggevaagd… Hoe gaan deze mensen hun leven weer opbouwen? Bewonderenswaardig hoe ze positief blijven, en nu wachten op de volgende “wipe-out” …. “José is on his way!” Ik ben niet gelovig, dus bidden gaat het niet worden, maar in plaats daarvan; een welgemeende traan in deze overvolle oceaan.

 

 

Be-wat???

Toen ik laatst in een – enigszins jonger – gezelschap vroeg wat ze aan het bekokstoven waren, was de enige respons “be-wat?”

Na een korte stilte en een heleboel vragende blikken, voelde ik me verplicht om mijn – kennelijk ietwat bejaarde – vocabulaire toe te lichten.

Nou, be-kok-sto-ven; als in heimelijk bedisselen, beredderen, bekonkelen… Ik vind het een prachtig woord; allesomvattend en heel pakkend. Bij deze drie synoniemen ging er echter bij niemand een lichtje branden, dus dan maar een wat plastischer uitleg.

Je zet een pan met rundvlees op het vuur en voegt daar geleidelijk steeds een nieuw – geheim – ingrediënt aan toe. Vervolgens laat je het een paar uur zachtjes sudderen, en voilà het resultaat is een heerlijk geurende pot met mals draadjesvlees.

De vragende blikken werden vervangen door open monden en een stotterend “uhh, hoe bedoel je?” Dus vooruit; een creatievere, hedendaagse versie.

Zie het maar als een WhatsApp-groep waarin jullie met z’n allen een surprise party voor een gezamenlijk Facebook vriendje organiseren, dan hebben jullie uiteindelijk een geweldig evenement bekokstoofd voor die persoon.

Kijk en dan valt het kwartje in eens. Nog wel even uitleggen dat een kwartje ooit een muntje was tijdens het gulden tijdperk, maar dat bleek een fluitje van een cent.

Nieuwsgierig als ik ben toch nog even zoeken naar de officiële herkomst van dit prachtige woord. Bekokstoven betekent “heimelijk regelen”, rond 1900 ontstaan uit een variant van bekoken (iets in voldoende mate koken, overwegen, door te koken iets verwerven of voor iemand koken) en het woord stoven. Kijk, dan zat ik er toch niet ver naast met mijn pannetje sudderlappen.

Alhoewel, in het Fries kennen ze dit woord ook, maar daar hebben ze waarschijnlijk een andere culinaire achtergrond … Het Friese woord voor bekokstoven is namelijk bepankoekbakke!

Wie dat ooit bedacht heeft was in ieder geval nog een stuk creatiever dan ik.

Beste Sylvana

Sylvana Simons, geboren in Paramaribo 31-01-1971 leert Wikipedia mij, inmiddels 45 jaar oud, als baby naar Nederland gekomen en dus jarenlang hier opgevoed.

Wat mij dwarszit over Sylvana is dat ik niet begrijp dat deze hele discussie over Zwarte Piet pas sinds een jaar of twee – voor haar – een rol speelt. Waarom lees ik geen “Sylvana manifest” uit bijvoorbeeld 1991 (toen was ze toch ook al 20, en ik neem aan met een mening) over Zwarte Piet en de discriminerende factor die deze figuur zou spelen in ons culturele kinderfeest? Waarom plots die enorme aversie? Mijn eerste ingeving is aandacht, hunkering naar erkenning. Waarom? Omdat ieder mens in zijn of haar leven wel eens tegenslagen te verwerken krijgt. Ik ben inmiddels – tegen wil en dank in – gescheiden, moet ik dan iedere man aan de hoogste boom opknopen omdat hij zijn vrouw in de steek laat? Natuurlijk niet, het is mij overkomen en dat is best shit, maar life goes on, dus “deal with it”! Vraag blijft, wat is er in het leven van Sylvana gebeurd dat zij zich zo als slachtoffer presenteert en los gaat op ONS SINTERKLAASFEEST. In 2005 speelt Sylvana de rol van Safira in de film “Zoop in Afrika”. Ik neem aan dat ze destijds gecast is voor die rol omdat ze rood haar en sproetjes had…. NOT! Discriminatie is in alle opzichten verwerpelijk, of je nu geel, rood, bruin of blank bent, maar iedereen heeft een eigen identiteit. Om die identiteit te gebruiken om anderen te manipuleren is mijns inziens altijd fout. Dus laat Zwarte Piet gewoon zwart zijn, zoals er ook een blanke pit bestaat, een rode duivel, een blauwe maandag, een grijze muis of een roze wolk. Het kan toch niet zo zijn dat we straks de Paashaas afschaffen omdat die beledigend zou zijn voor mensen met flaporen. Of de Kerstman in de ban doen omdat mannen met bierbuiken daar aanstoot aan nemen.

En beste Sylvana, je laat je toch niet provoceren door – nota bene – Johan Derksen, die het over “trots als een aapje” heeft?! En dat is waar ik me nog het meest aan erger; Sylvana is uit op D(at) E(ne) (N)oemenswaardige (K)ansje, om van een mug een olifant te maken. Om politiek correct te blijven, DENK daar maar eens over na!

Heel herkenbaar!

Broer en ik, we zijn vorige maand een weekje op reis geweest. De laatste keer dat we samen in een vliegtuig zaten was 1979! Laat ik het zo zeggen, toen sjeesde hij nog op een skateboard door de gangen van Schiphol – wat destijds geen enkel probleem was – nu baanden we ons een weg door de enorme massa charterpassagiers op Eindhoven Airport. We wisselen een blik, kopen twee flesjes Spa blauw en lopen naar een uithoek van de vertrekhal om nog twee (schaarse) zitplekjes te bemachtigen. Zodra de gate bekend is stormt de massa richting poortje nummer 3. Een volledig onbegrijpelijk ritueel by the way, want je hebt een boardingpass, je weet je stoelnummer, dus de vraag blijft altijd “Why the f*cking hurry?”. Mijn broer en ik sluiten uiteindelijk aan in de rij en dan komt het volgende dilemma; nemen we de voorste of de achterste trap? We hebben wat extra beenruimte geboekt, dus rij 16 en 17 precies in het midden, weer die ene blik “achter” zeggen we in koor; wij begrijpen elkaar!
Eenmaal geland op Faro Airport blijkt dat we bagageband nummer 3 – ja alweer drie dus – moeten delen met meerdere (voornamelijk) Engelse vluchten. Heel Eindhoven nestelt zich aan het begin van de band (Hollandse gewoonte; altijd haantje de voorste zijn), geen doorkomen aan, dus broer op de uitkijk en die vist na slechts enkele minuten met een glimlach onze beide koffers gewoon uit de massa; wij kunnen gaan, tal van mopperende Medelanders achterlatend; heerlijk!

Datingsites perikelen

Tja en dan ben je de 50 gepasseerd en zit je – ongewild – alleen, klinkt heel zielig, is het niet, maar wel stof om over na te denken. Achter mijn winkelwagentje in de Appie ben ik “hem” nog niet tegengekomen en om nou iedere avond als een soort “vamp” in de kroeg te hangen leek me ook geen optie. Vandaar een poging via de digitale snelweg. Nou, er gaat een wereld voor je open op de Lexa’s, Match4Me’s, Relatieplaneten en andere “vind de liefde van je leven” websites! Allereerst mijn zoekcriteria in het kort; sowieso een man, leeftijd tussen de 45 en 60; de eerste te jong, de tweede te oud maar je weet maar nooit, religie maakt me niets uit, roken, drinken ach laat gaan. Kinderwens? Nee, natuurlijk! Lengte, tja, ik val op langere mannen, dus minimaal 1,85 (geen hele harde eis hoor, 1,83 mag ook).
Hun interesses en karakter? Nou iedereen houdt van wandelen, muziek, een “goed” glas wijn – ik heb nog nergens een profiel gevonden met het criterium “doe mij maar een glaasje slobber Merlot” – en oh ja, ze zijn allemaal lief, kunnen goed luisteren, hebben een brede algemene ontwikkeling en zijn vooral positief ingesteld. Ik zeg, de vijver van perfecte mannen staat gewoon op internet, dus het vissen kan beginnen!
De meeste van de mannen die aan mijn “criteria” voldoen zijn echter op zoek naar een vrouw die haar zaakjes op orde heeft, weet wat ze wil in het leven, lief en vrouwelijk is en houdt van reizen. Nou, dat laatste geen probleem! De rest ….. pfff, moet ik toch even over nadenken …
En dan komen “de matches”. Kees van 73 (1,65 meter) zoekt een lieve vrouw (tuurlijk) om samen oud mee te worden. Huhhhhh, ik heb toch niet voor niets die eindeloze vragenlijst ingevuld?! Marco, 41, drie kinderen, zoekt een maatje en moeder… Matthijs (51) zoekt zijn “soulmate” en heeft misschien een kinderwens. Oké, mijn online zoekplaatje wordt dus niet serieus genomen. Mijn vraag aan alle drie de “matches”, why me? Unaniem antwoord; “leuk fotootje”. Need I say more? Vanavond misschien gewoon de kroeg in, want voor dit online dating gebeuren ben ik klaarblijkelijk totaal niet geschikt.